De Oostzee, de Oostzee (23 juli – door Frits)

Op de dag van vertrek van Hiddensee fiets ik naar het bezoekerscentrum van het Nationalpark Vorpommersche Boddenlandschaft. Ik denk wel eens dat alle bezoekerscentra van natuurgebieden uit de koker van hetzelfde ontwerpbureau komen: blank hout, groene kleuren, uitstalkasten met opgezette meeuwen, diorama’s en veel verantwoorde tekst. Maar wat ik me niet realiseerde is dat het zo slecht gaat met de Oostzee. 
Een binnenzee eigenlijk, zonder een getijdenstroom die voor verversing zorgt. Ik zoek op het web en vindt een citaat van oceaanonderzoeker Caroline Slomp, van de Universiteit van Utrecht: “…In de Oostzee…bevindt zich op zo’n zeventig meter diepte een dode zone van meer dan 60.000 vierkante kilometer (zo’n twee keer het oppervlak van België). Dat diepe water bevat hoge concentraties giftig waterstofsulfide. Alleen micro-organismen kunnen daarin overleven.” Dood, zuurstofloos dus. En dat er zo weinig uitwisseling is met de Noordzee, door het steeds ondieper wordende Skagerak, helpt ook al niet. Overbevissing, (te) veel recreatie, industriële lozingen, water uit de landbouwgebieden van alle landen rondom met veel te veel voedingsstoffen en ga zo maar door.
Mathias, de visser die we in Kühlungsborn spraken, zei het al: voor haring vissen moet je niet meer op de Oostzee zijn maar op de Noordzee. En de grijze zeehond, die het ook van haring moeten hebben, is al zo zeldzaam dat je als bezoeker gevraagd wordt het te melden als je er een ziet.
En toch: overal waar we komen worden de toeristen gelokt met ‘frische Matjesbrötchen’. Uit de Noordzee? En die recreatie, ik snap wel dat het een reddingsboei is na het grotendeels in elkaar storten van de oude DDR industrie en -bedrijvigheid.

Recreatie: het strand bij Juliusruh

En dat mensen hier met vakantie naar toe willen snap ik ook: het is een mooi afwisselend landschap, een soort mengeling van de Limburgse heuvels, de Friese meren XXL, de Waddeneilanden en wat los rondgestrooide krijtkusten. Overal rust, veel rust. Nou ja, bijna overal. En ruimte, óók veel. Je ervaart die ruimte ook, omdat de uitzichten zo ongerept zijn: bijna geen windmolens of industrieschoorstenen, oevers met bos en riet, het golft allemaal maar door om je heen. 

En het water? Ach, soms springen we er toch in…