Ja, naar Berlijn! (19 augustus – door Julia en Lammert)

Dit verhaal heeft enige overlap met het blog van Frits 19/8. De nieuwe opstappers zijn wij, Julia en Lammert, we varen 2 weken mee. Op het 9 euro ticket van Deutsche Bahn reizen we van Leeuwarden naar Eberswalde. We worden warm onthaald door Frits en Thecla op de Goede Verwachting die aan een steiger ligt met een heus klaphekje.

Onze eerste vaardag gaat door het Finowkanaal. Prachtig, zeker met al die handmatig bediende sluizen. Ervaringsonderwijs voor mij (Julia) als bijna-niet-vaarder. Ik snap nu eindelijk echt hoe een sluis werkt. Frits manoeuvreert het schip zonder blikken of blozen door de smalle sluizen. Dat geeft vertrouwen voor de verdere tocht.

Het doel is naar Berlijn maar hoe en wat heeft nog wel wat voeten in het water (zie blog Naar Berlijn?). We doorkruisen het mooie merengebied bij Berlijn en bezoeken Pfaueninsel met, naast pauwen en een enkele vos, lekkere koffie en kuchen. Het is warm, heel warm. Voor Berlijn geldt al een hitte waarschuwing. De hele dag op de motor varen is pittig en vermoeiend, vooral voor de stuurman. De prachtige uitzichten maken veel goed! We zijn ons bewust van de beladen geschiedenis van dit gebied. De term ‘schuldig landschap’ van Armando dient zich aan.

Het huis van de Wannseeconferentie

Op dinsdag 16 augustus varen we naar de Historische Haven in het hart van Berlijn. Dus Kees (die van het seniorenteam), je krijgt gelijk. Zoals je op de verjaardag van Frits zei: ‘Als Frits in Berlijn ligt, dan er ook middenin.’ We brengen twee dagen door in Berlijn waar het 34 graden is. We wandelen rustig langs en door de historie van deze bijzondere stad en koelen af in het park Tiergarten. We drinken koffie en eten ijs in het Nikolai viertel.

Vanaf het schip hebben we uitzicht op de Fernsehturm die op tien minuten loopafstand staat. We gaan er ook bovenop en als we uit de lift stappen zien we als eerste, ver beneden ons, De Goede Verwachting in de haven. Er is ontzettend veel te zien, we blijven maar kijken en kijken. De Volksbühne valt ons op vanwege de tekst. Een hoogtepunt!

Zo is het! De Volksbühne vanaf de Fernsehturm

Terwijl ik dit schrijf google ik op Armando en lees dat hij in 2017 op 88 jarige leeftijd in Potsdam is overleden. Daar varen wij nu naar toe. We hebben nog een week voor de boeg!

Naar Berlijn? (14 augustus – door Frits)

Hoe beschrijf je in één blog onze ontmoeting met Berlijn? Niet te doen, dus maar gewoon beginnen.
 
In Eberswalde, aan het Finowkanal, brengen we Rebekka en baby Aurelia naar de trein. En later die mooie, zonnige dag komen op hetzelfde station de volgende opstappers aan. Met hen hervatten we onze tocht door het prachtige kanaal met de smalle, oude sluizen. Hier en daar helpen we met het opendraaien van een sluisdeur. Het kan nu nog: volgend jaar worden er een paar sluizen gemoderniseerd en gaat het kanaal een tijd dicht. Dan zal het met de nostalgie van de handbediening wel over zijn. 

Aan het eind van het kanaal gaat de schipperse weer voor een paar weken terug naar Nederland, aan het werk en begint voor de blijvers het puzzelen over de route. We gaan naar Potsdam en dan met de trein naar Berlijn, denken we eerst. Maar dan appt collega-schipper Jochen: “Ihr müsst nach Berlin rein!” en geeft meteen een serie tips voor ligplaatsen midden in de stad. Maar hoe komen we daar? We gaan over de Havel, dat is ons al duidelijk. Het blijkt een fantastisch en druk gebruikt watersportgebied. Beetje gênant dat we tussen zoveel zeilbootjes met de mast plat op de motor varen. 
Maar dan maken we een vergissing, een leuke, maar toch. We hebben inmiddels door dat we via het Landwehrkanal tot bij het centrum van Berlijn kunnen komen. Want de Spree, denken we te lezen, daar mogen wij niet varen. Maar het Landwehrkanal is eenrichtingverkeer en wel van oost naar west. En de Havel is nu eenmaal aan de westkant. Dus dat wordt met een boog onder Berlijn door via de Wannsee en het Teltowkanal. Geen straf maar wel een omweg. De tweede omweg, want de sluis bij Spandau blijkt ‘gesperrt’ vanwege de lage waterstand. We liggen een nacht bij het Pfaueninsel, bij de pauwen op bezoek natuurlijk. En we lezen nog eens na hoe het ook alweer zat met de Nazi’s en de Wannsee Konferenz als we daar varen. Vreemd om de villa van die conferentie nu als een stille dreiging uit het verleden tussen twee bruisende jachthavens te zien liggen. 

Niet alleen pauwen

En terwijl we verwoede pogingen doen om iemand van de Historische Hafen Berlin aan de telefoon te krijgen (‘hoe kom je in vredesnaam varend bij jullie?’) ontdekken we wat we eerder verkeerd hebben gezien: we mogen wel degelijk over de Spree! Gewoon niet goed gelezen. 
Als we dan ook nog een appje van Clemens van de Historischer Hafen krijgen dat we zeer welkom zijn, dan varen we met een heel brede grijns de Spree op, we gaan naar hartje Berlijn!

Op de Spree in hartje Berlijn

Baby an Bord (10 augustus – von Rebekka)

Aurelia und ich fahren mit dem Zug nach Stettin, um Thecla und Frits ein Stückchen auf ihrer Jubiläumsreise zu begleiten. Auch für uns ist es ein Jubiläum, wir kennen uns seit 10 Jahren.
Wir fahren noch am selben Tag mit dem Traditionschiff los und schippern die Oder entlang. Zwischen Polen und Deutschland hat sich die Natur über die menschlichen Eingriffe hinweggesetzt und den Grenzbereich zu Eigen gemacht. Wir legen abends in Gartz an und mit Aurelia im Tragetuch erkunde ich den Ort. Voller Stolz erzählen mir Ortskundige vom Dorf Konsum. Geschichtlich bedingt ist „Konsum“ hier als Synonym für einen Supermarkt zu verstehen. Morgens besuche ich besagten Konsum und bringe ein Stück Seifenglück mit. „Wald“ steht auf der Seife und das setzt auch den Rahmen für den Tag. Vorbei an Birkenwäldern, einer Wildnisschule und einer Papierfabrik. Bei einem Abstecher nach Schwedt bewundern wir bedeutungsvolle Brunnenkunst und finden ein Café am Platz der Befreiung. Obwohl wir in Deutschland sind, oder vielleicht auch gerade deshalb, fühle ich mich fremd in dieser Umgebung. Zu diesem Gefühl kommt eines der Scham vor deutschen Korinthenkackern, als wir vom Bollwerk in Oderberg verwiesen werden. Selbst Frits niederländische Charmeoffensive kann die Brandenburgische Fahrgastschiffinhaberin nicht erweichen und so weichen wir an einen anderen Anleger aus.
Morgens brechen wir bei Zeiten auf und der Lehrstand in Oderberg weicht dem traditionellen Flair des Finow-Kanals, welcher Frits ganze Konzentration und 20 Jahre Erfahrung fordert. Alle Schleusenwächter und Passanten zeigen sich beeindruckt (Aurelia und ich natürlich auch) wie Frits die 5,10m Schleusenöffnung meistert. Frits im Gegenzug ist amüsiert von den Erscheinungen der Schleusenwächter, vom T-Shirt „Ich bin nicht tot, ich rieche nur komisch“ bis zum kinderlieben Heavy Metaller.

Schleuse Stecher

Auch im Verlauf des Finow-Kanals ist die Vielfalt des Tierreichs, der Pflanzen und manchmal auch der Gebäuden eine Augenweide und Thecla’s Fernglas ist immer griffbereit. Eberswalde bedeutet Endstation für Aurelia und mich. Eine Stadt mit bewegter Geschichte und Potential für die Zukunft. Neben den vielen neuen Eindrücken und Entdeckungen, ist es insbesondere die Ruhe und Gelassenheit, die Thecla und Frits in sich tragen und die in der Kommunikation mit ihrem Umfeld zum Tragen kommt, die mir in der anstrengenden Babyphase die so sehr benötigte Auszeit ermöglicht. Danke dafür!

Ruhe

Vogels (9 augustus – door Thecla)

Aangestoken door de Vogelspotcast zijn in coronatijd niet alleen millennials gaan vogels kijken. Ook deze latente vogelaar uit generatie-X is helemaal wakker geschud. Mijn kleine verzameling verrekijkers is met een Raaf uitgebreid naar vier, voor een bedrag waarvoor je – om met de schipper te spreken – ook een heel aardig solootje koopt. De Raaf vergroot 16X maar het beeld blijft dankzij ingenieuze geostabilisatietechniek toch heel stil, zelfs als je al varend vogels kijkt (echte vogelaars zeggen nooit ‘vogels spotten’, dat wordt gebruikt voor vliegtuigen of treinen). 

Deze reis is dus een mooi moment om de verrekijker goed uit te proberen. En met succes. In combinatie met BirdNET, een soort Shazam voor vogelgeluiden, en de app van de Collins Bird Guide lukte het om op Rügen de Europese kanarie te zien. Verder zijn daar vooral de bekende zee- en watervogels en de huis-tuin-en-keukenmus, de merel, de spreeuw en verschillende duiven en veel, heel veel boerenzwaluwen, maar ook putters, een kolonie oeverzwaluwen en paar rode wouwen. Die heb ik een tijdje kunnen volgen tijdens hun jacht boven korenvelden die net gemaaid werden. De enorme landbouwmachines jagen allerlei kleine zoogdieren en vogels op. De wouwen hangen erachter als meeuwen in het kielzog van een vissersschip.

De zeearend volgens Collins

De eerste spectaculaire waarneming was geen vogel, maar een kegelrob. Dat is in de vervuilde visarme Oostzee helaas een bijzonderheid. Daarna een zeearend. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Wies hem het eerste zag, “Kijk daar zit een roofvogel. Wat een grote.” Dat is het inderdaad. Bruin, groot, gele kromme snavel, felle blik. Hij vliegt een paar keer op waarbij de witte staartband goed is te zien. Geen twijfel mogelijk. De dagen daarna zien we er langs de Oder nog een stuk of drie. We zien ook nog meer rode wouwen en bruine kiekendieven. In een grote duindoornstruik zie ik mijn eerste klapekster. En gistermiddag in ons laatste stuk je Oder, met aan bakboord Polen en aan stuurboord Duitsland, zagen we eerst een gewone en daarna een zwarte ooievaar! Wat een prachtig dier. Heel rustig zwevend op de thermiek, om de paar minuten een lome vleugelslag. En de raaf zag dat het goed was. 

Toen nog wel. Een week later lees ik in de krant over de ondenkbaar massale sterfte van vissen en amfibieën in de Oder. Ik vrees voor de toekomst van de vogels die ik daar zag. Hopelijk vinden ze tijdig een nieuw foerageergebied en herstelt de Oder snel van deze ramp. (update 18 augustus)

Oosterbeek op Jubileumreis ( 6 augustus – door Christine, Franka, Bram en Wies)

Omdat we daar wonen en omdat al die namen noemen steeds een beetje lang is, worden we door de schipper en de schipperse gemakshalve aangeduid als ‘Oosterbeek’. Soms zelfs als ‘heel Oosterbeek’. Zo van “Gaat heel Oosterbeek mee?” Dus op zondag 31 juli reist heel Oosterbeek van de Rijn naar de Ryck. Want dat blijkt de rivier te zijn waar Greifswald aan ligt. En waar De Goede Verwachting op ons ligt te wachten. Na een reis van tien uur voornamelijk met Duits land om ons heen blijkt het water vergelijkbaar te zijn met dat in de Rijn maar de omgeving érg anders. We gaan een week varen langs de kust over de Greifswalder Bodden, de Oostzee, het Achterwasser, Stettiner Haff en de Jezioro Dabie. Op de Oostzee na hebben we daar nog nooit van gehoord. En in de dagen die volgen komen we in Wolgast, Zinnowitz, Swinoujcie (díe met de trein), Ueckermünde en uiteindelijk Szczecin. Het blijken allemaal in meer of mindere mate pittoreske plaatsen. Allemaal goed voor het beginnen van de dag met een kop koffie op een pleintje of ergens af te sluiten met een biertje.

Rust in Wolgast

Hoe minder toeristen hoe meer wij ons in ons element voelen. Behoorlijk hypocriet natuurlijk: alleen al door er te zijn bevolken we die plaatsen sowieso al met zes extra toeristen. Maar goed, we hebben wel altijd een mooi schip mee om dat te compenseren 😉. 

Verder herbergt De Goede Verwachting zoals altijd weer vele voordelen!

  • Een mooi voorkomen, een goed verhaal over de geschiedenis van het schip, gepresenteerd op een zeiltje (zelfs in het Duits!). Altijd goed voor een praatje met een toevallige passant of collegaschipper.
  • Een spiksplinternieuwe lier, (waarvan we stiekem balen omdat we nu de fok niet meer met de hand kunnen hijsen).
  • Een vriendelijke schipper die iedere havenmeester voor zich inpalmt.
  • Een vouwfiets zodat je zelfs met een gebroken enkel mee de stad in kunt.
  • Het zwemtrapje waarlangs je bevallig te water kunt gaan na een warme dag
  • En natuurlijk het ‘aloha-dek’ waar we lezen, borrelen, eten en vooral gezellig samen zijn.
Het zwemtrapje

In Szczecin blijkt ook Frits een taks te hebben in wat hij aan kan. Tot twee keer toe verlegt hij het schip omdat de uitbundige partymuziek op de kade hem wat te veel is.
Na een week varen stappen we op de trein: een terugreis van twaalf uur. Hm, eigenlijk is het wad toch wel lekker dichtbij…

Zeeziek (door Thecla – 30 juli)

“Er is maar één ding dat ik aan je zou willen veranderen,” zegt Frits onderweg, “en dat is dat je niet zeeziek zou worden.” Tja, het maakt het leven van een schipperse niet altijd makkelijk, dat als het schip begint de deinen of te rollen, dat ik dan alleen kan varen als ik strak naar de horizon blijf kijken. 

Nu zitten er in de weken dat ik aan boord ben een paar flinke oversteken: Kiel – Heiligendam, Fehmarn – Kühlingsborn, Sellin – Greifswald. Vooral die laatste twee waren een uitdaging. Zolang ik stuur en kijk gaat het goed, maar in een uur of vijf moet ik ook wel een keer naar de wc. De trap af heen, dat gaat nog net, maar omdraaien en weer terug is een beproeving. Het duurt boven even voor mijn maag tot rust komt. Ik benijd Kees, Ruud en Wim dan ook niet die het hele stuk van Warnemünde naar Darsserort, en daarna het stuk naar Hiddensee hebben liggen rollen. 

Zoiets dus…

Er zijn natuurlijk wel middeltjes tegen ‘reisziekte’, maar die werken voor mij als slaapmiddelen en dat is met een bemanning van twee niet handig. Dus er zit niets anders op. Goed slapen, maag gevuld houden, weinig drinken en de blik op oneindig. Als dat het enige is dat tegenzit, nou dan teken ik daarvoor.
Ook voor het compliment waarmee dit blog begint 😉

Pubers aan boord (29 juli – door Heleen, 13)

Tja… als puber ga je soms niet meer met je ouders op vakantie, maar varen met De Goede Verwachting is toch wel een uitzondering. Ook al is die schipper soms een beetje vervelend 😉

Oké, er zijn ook wel wat nadeeltjes aan varen, zoals het probleem met bereik. Want midden op de Oostzee is het bereik echt slecht. Je moet bijna in de mast klimmen om genoeg bereik te hebben om een appje te sturen naar een vriendin. En dan heb je ook nog die ouders. Die staan er juist om te lachen dat je geen bereik hebt, en je dan toch zo lang mogelijk maken zodat je toch één streepje bereik had :-(. Het bereik is echt best wel zielig. 

Gelukkig zijn er soms pannenkoeken met Nutella

En dan heb ik het nog niet over alle plekken waar ze je naar toe slepen. Saaie musea en lange fietstochten die steil de berg op gingen om vervolgens bij nog een saai kasteel uit te komen. Ik kan ook niet één keertje thuisblijven en rustig een boekje lezen, ik moet altijd mee gaan fietsen. Dan gaan we ook niet 10 kilometer fietsen maar in een keer 30 kilometer! En dan niet over een geasfalteerde weg maar over de ‘rustikale’ wegen van Rügen (heel hobbelig en heel veel steentjes dus ). En ze zoeken ook nog eens altijd de warmste dagen uit, zodat je ook nog helemaal bezweet bent. Daar is vakantie toch niet voor bedoeld. Onderweg bij zo’n fietstocht moeten ze natuurlijk ook nog bij een aantal koffietentjes de koffie gaan ‘raten’. En dan zit jij daar met je schorle die elke keer hetzelfde smaakt. 

En dan heb je ook nog die eindeloze afwas, die was negen van de tien keer voor mij en Nynke bestemd, want ja, je laat je kinderen natuurlijk afwassen. 

Paparazzi Heleen in actie

Er zijn natuurlijk ook leuke dingen aan het verblijf op de boot. Zoals het stalken van Frits en Thecla en vervolgens allemaal foto’s maken als een echte paparazzi. En het is ook leuk om de schipper te plagen, want ja dat kan gewoon hè ;-). Nou ja, ik blijf in ieder geval elk jaar met heel veel plezier meevaren met De Goede Verwachting!

Overal geschiedenis (26 juli – door Frits)

Een dikke week geleden, we liggen in Wiek. Een lief plaatsje met een indrukwekkende kerk (‘Backsteingothik’) en een enthousiaste havenmeester. Op de kade een grote betonnen constructie, een kraanspoor lijkt het wel. Of een half afgebouwd brughoofd. Dat half afgebouwd blijkt te kloppen: we liggen onder de ‘Kreidebrücke’. Ooit gebouwd om de krijt die van Kap Arkona zou worden afgegraven met een spoorlijntje met kiepkarren zo in de klaarliggende schepen te kunnen storten. Maar toen brak de eerste wereldoorlog uit en de ‘Kreidebrücke’ is nooit in gebruik genomen. Nu is er een nieuw dek opgekomen en is hij een soort toeristische attractie, een soort verhoogde uitkijkboulevard. Met enorm veel zwaluwnesten eronder en dagjesmensen erop. In Duitsland ontkom je nergens aan de geschiedenis. Daar hebben ze zó veel van! Op weg naar Wiek bijvoorbeeld voeren we voorbij de overgroeide kades van de vroegere marinehaven Rennort, bij Dranske. ‘Gesperrt’, zegt de kaart. Intrigerend, wat zou daar allemaal gebeurd zijn? Nieuwsgierig meren we een paar dagen later af in Dranske. We liggen eenzaam aan de lange ‘Seebrücke’ voor de veerboten, volgens een bordje gebouwd met EU-subsidie. Ik wil naar het ‘Marine und Heimatmuseum’ waar ik ongetwijfeld meer aan de weet kan komen over de geheimzinnige haven van Rennort. Het museum blijkt die dag dicht, de dame aan de informatiebalie chagrijnig. Ik praat wat met de jonge buurman van met museum die me in rad Duits vertelt over een ontwikkelaar met grootse plannen die het op het laatste moment heeft laten afweten. Iets té rad Duits want ik begrijp niet precies waar hij het over heeft. Maar ik ga aan de wandel, over de duidelijk militaire betonweg. Aan elke kant een strook struiken en zand, rechts de Oostzee, links de Bodden. Het schiereiland Bug is tussen Dranske en de haven hoogstens 100 meter breed. Of smal dus eigenlijk. Ondertussen heb ik al iets opgezocht over de teloorgang van Dranske. Ooit dankzij de marinehaven een bloeiende gemeenschap. Na de Wende en het verdwijnen van de DDR-marine en de toeleverende bedrijven is het in een paar jaar tweederde van haar inwoners kwijt geraakt. Tweederde! Veel van de ‘Plattenbau’ is gesloopt, wat er nog staat opgeverfd. Heel veel FeWo’s, ‘Feriënwohnungen’, in een krampachtige poging om de reddingsboei van het toerisme te pakken. 

Dranske

Wandelend stuit ik uiteindelijk op een vervallen hek, er achter ‘Privatstrasse’. De ‘Ferienanlage mit Marina’ is er dus niet gekomen, dát was die ontwikkelaar, begrijp ik nu.
‘Der Stützpunkt Bug/Dranske wurde als erster Stützpunkt der Volksmarine geschlossen und an einen privaten Investor verkauft’. En dan dertig jaar dat hek, droevig voor Dranske.

Privatstrasse …

Verwaaiwandelingen langs de Oostzee (28 juli – door Judith)

Wat te doen als je verwaaid ligt en van wandelen houdt? Dan ligt een strandwandeling voor de hand. Bij een strandwandeling denk ik, als Haagse, aan duinen, een goede branding en schelpen voor het oprapen. Een wandeling aan de Oostzee biedt echter heel nieuwe elementen, zoals riet, stenen en Steilküste. Dus hierbij: twee wandelingen voor verwaaide Goedeverwachting-opstappers die eens wat anders willen.

Wandeling 1: Drantske – Kreptitzer Heide v.v.
Bij Drantske gaat het zandstrand weer over in de Steilküste, die steeds verder oploopt in hoogte naar Kap Arkona op de noordpunt van Wittow. Als je wandelt kun je dus kiezen: bovenlangs of onderlangs. En eigenlijk wil ik beide tegelijkertijd… Onderlangs kijk je omhoog langs een metershoge wand van leem en grond en zie je ver boven je gras en boomwortels en voor je voeten stenen en een onstuimige branding. Zeker bij deze stevige westenwind op de oostkust slaat de wind je om de oren. En kijk uit voor vallende stukken Steilküste. Hoe anders is dan de bovenwereld aan de kustrand. Steeds een beetje ‘hier sta ik aan het einde van de wereld’ gevoel. De bomen staan vaak tot aan de rand van de klif en vele meters beneden je zie je de zee. De bomen bieden je ook beschutting, bewust aangeplant in het verleden als bescherming van de kust. Want ieder jaar weet de zee weer wat centimeters kust te winnen op deze kant van het eiland om het via de stroming aan de andere kant weer af te zetten. 
Op deze wandeling ook een lookachtige plant ontdekt die ik nog niet eerder ben tegengekomen. Wat een schoonheid!

Het onbekende lookje.

Wandeling 2: Stahlbrode – Gristow v.v.
Niet meer op Rügen, maar aan de vaste wal. Een karrenspoor langs de waterlijn, vele kilometerslang. Ook hier is het gevoel van de klassieke strandwandeling ver weg. Maar treuren daarom kan ik niet. We (dit keer een duo-wandeling) wandelen met uitzicht op het water, maar pal naast ons een zee van riet. En ook hier vlak op de overgang van land naar water staan weer de bomen. Zee en land lijken soms bijna in elkaar over te gaan, vooral als je ook aan de landkant grote stukken met riet en elzenbosjes hebt.

We lopen aan zee, maar zo voelt het niet. Ook hier weer vele wilde bloemen, waaronder ook mijn lieftallige lookje. Deze vakantie duidelijk mijn lievelingsbloem. Maar helaas ook hier de drie grote stikstofwinnaars: braam, brandnetel en witte wingerd in overvloed. Voor het eerst deze reis een heuse dijk gezien en belopen, uitmondend in een terp waarop, omzoomd door hele oude kastanjes, lindes en beuken, de kerk van Gristow staat met uitzicht over de Greifswalder Bodden.

Al lopend ervaar ik hoe het landschap hier ook vele vele jaren terug zal zijn geweest. Een gebied dat kleinschalig aanvoelt en ook zo vol geschiedenis is, juist op die plekken waar natuur en cultuur elkaar kruisen.

Hoge bomen op de rand van de Steilküste beschermen de kust en de wandelaar.

De Oostzee, de Oostzee (23 juli – door Frits)

Op de dag van vertrek van Hiddensee fiets ik naar het bezoekerscentrum van het Nationalpark Vorpommersche Boddenlandschaft. Ik denk wel eens dat alle bezoekerscentra van natuurgebieden uit de koker van hetzelfde ontwerpbureau komen: blank hout, groene kleuren, uitstalkasten met opgezette meeuwen, diorama’s en veel verantwoorde tekst. Maar wat ik me niet realiseerde is dat het zo slecht gaat met de Oostzee. 
Een binnenzee eigenlijk, zonder een getijdenstroom die voor verversing zorgt. Ik zoek op het web en vindt een citaat van oceaanonderzoeker Caroline Slomp, van de Universiteit van Utrecht: “…In de Oostzee…bevindt zich op zo’n zeventig meter diepte een dode zone van meer dan 60.000 vierkante kilometer (zo’n twee keer het oppervlak van België). Dat diepe water bevat hoge concentraties giftig waterstofsulfide. Alleen micro-organismen kunnen daarin overleven.” Dood, zuurstofloos dus. En dat er zo weinig uitwisseling is met de Noordzee, door het steeds ondieper wordende Skagerak, helpt ook al niet. Overbevissing, (te) veel recreatie, industriële lozingen, water uit de landbouwgebieden van alle landen rondom met veel te veel voedingsstoffen en ga zo maar door.
Mathias, de visser die we in Kühlungsborn spraken, zei het al: voor haring vissen moet je niet meer op de Oostzee zijn maar op de Noordzee. En de grijze zeehond, die het ook van haring moeten hebben, is al zo zeldzaam dat je als bezoeker gevraagd wordt het te melden als je er een ziet.
En toch: overal waar we komen worden de toeristen gelokt met ‘frische Matjesbrötchen’. Uit de Noordzee? En die recreatie, ik snap wel dat het een reddingsboei is na het grotendeels in elkaar storten van de oude DDR industrie en -bedrijvigheid.

Recreatie: het strand bij Juliusruh

En dat mensen hier met vakantie naar toe willen snap ik ook: het is een mooi afwisselend landschap, een soort mengeling van de Limburgse heuvels, de Friese meren XXL, de Waddeneilanden en wat los rondgestrooide krijtkusten. Overal rust, veel rust. Nou ja, bijna overal. En ruimte, óók veel. Je ervaart die ruimte ook, omdat de uitzichten zo ongerept zijn: bijna geen windmolens of industrieschoorstenen, oevers met bos en riet, het golft allemaal maar door om je heen. 

En het water? Ach, soms springen we er toch in…